Gordon klaar met Blaricum: ‘Wilden niet tussen mijn fans zitten’
Gordon heeft een opvallende verklaring voor het vertrek van zijn horecazaak Blushing uit Blaricum. Volgens de zanger en ondernemer lag het probleem niet zozeer bij een gebrek aan belangstelling. Sterker nog: volgens Gordon zat de zaak regelmatig vol. Maar onderaan de streep bleef er naar eigen zeggen te weinig over. En daar zou volgens hem ook de lokale bevolking een belangrijke rol in hebben gespeeld. De rijke inwoners van Blaricum zouden zich volgens Gordon namelijk te goed hebben gevoeld om tussen zijn fans te zitten.
‘Elke dag vol’
Dat een drukbezochte horecazaak uiteindelijk toch niet genoeg oplevert, klinkt misschien tegenstrijdig. Gordon begrijpt dat zelf ook. In de podcast Steengoed legt hij uit waarom hij uiteindelijk besloot afscheid te nemen van de Blaricumse vestiging.
“Prachtige zaak, heel succesvol, elke dag vol. En dan uiteindelijk moet je als ondernemer concluderen van: wat hou ik onderaan de streep over? En als dat dan voor het tweede jaar op rij niks is…”
Voor Gordon was dat uiteindelijk het moment om een zakelijke beslissing te nemen. Een volle zaak betekent immers niet automatisch dat er ook winst wordt gemaakt. Personeelskosten, huur, inkoop en andere vaste lasten kunnen een druk restaurant of café alsnog financieel weinig aantrekkelijk maken.
Blaricum voelde zich volgens Gordon ‘te goed’
Volgens Gordon zat een belangrijk probleem in het feit dat de zaak wel bezoekers uit het hele land trok, maar onvoldoende vaste klanten uit Blaricum zelf. En daar heeft de entertainer een duidelijke verklaring voor.
“Ik denk heel eerlijk gezegd dat het volk van Blaricum zich sowieso te goed en te groot voelde om geassocieerd te worden met de mensen die voor mij kwamen.”
Een uitspraak die ongetwijfeld voor opgetrokken wenkbrauwen zal zorgen in het welgestelde dorp. Gordon stelt dat zijn fans vanuit alle hoeken van Nederland naar Blushing kwamen. Voor hem waren dat gewoon mensen die een leuk dagje uit wilden.
“Dat zijn gewoon de normale, simpele mensen uit Zeeland, Middelburg, Groningen. Ze kwamen uit het hele land en dat vonden ze te min.”
Volgens Gordon kreeg hij dat sentiment ook daadwerkelijk mee vanuit de lokale bevolking. En juist die lokale bezoekers zijn volgens hem cruciaal voor een horecazaak die ook op rustige doordeweekse ochtenden en middagen omzet moet draaien.
‘Je hebt toch de lokalen nodig’
De weekends waren volgens Gordon een ander verhaal. Dan kwamen de dagjesmensen massaal naar de zaak. Maar alleen drukte op zaterdag en zondag is niet voldoende om een horecazaak de hele week rendabel te houden.
“Dat hoorde je ook heel vaak. En je hebt toch de lokalen nodig. Er kwamen wel een aantal, maar niet genoeg om je zaak draaiende te houden in de ochtend.”
In het weekend veranderde dat beeld volgens hem volledig.
“De dagjesmensen kwamen dan massaal in het weekend.”
Gordon heeft de afgelopen jaren meerdere horeca-avonturen achter de rug en weet inmiddels als geen ander dat een succesvolle zaak op papier niet altijd betekent dat er ook daadwerkelijk geld wordt verdiend. Uiteindelijk besloot hij dat hij niet langer wilde blijven investeren in een vestiging die volgens hem vooral geld kostte.
“Ik wil niet staan werken voor mijn personeel. Ik wil er wel wat aan overhouden.”
Geld uit Amsterdam verdween volgens Gordon naar Blaricum
Gordon vergelijkt de situatie met een eerder horeca-avontuur in Rotterdam. Ook daar liep het uiteindelijk financieel niet zoals gehoopt.
“Ik heb het ook met Rotterdam gehad, hetzelfde verhaal. Het heeft heel veel centjes gekost, maar ook dat is ondernemen. Ondernemen is risico nemen.”
Zijn twee zaken in Amsterdam doen het naar eigen zeggen een stuk beter. Juist daarom vond hij het steeds moeilijker te verantwoorden dat geld uit die succesvolle ondernemingen moest worden gebruikt om de vestiging in Blaricum draaiende te houden.
“Ik heb twee waanzinnig lopende zaken in Amsterdam. En ik zag zo dat geld van Amsterdam zo in die trechter van Blaricum gaan. Ja, nou ja, sorry, maar dan houdt het op.”
Gordon ontkent dat hij móést verkopen
Volgens Gordon is het belangrijk om één ding recht te zetten: hij zou niet financieel gedwongen zijn geweest om zijn Blaricumse zaak te verkopen. De geruchten daarover irriteren hem zichtbaar.
“Waar ik me dan dood aan erger, is dat mensen dan allemaal weer zitten te speculeren van: hij moest het verkopen. Ik was helemaal niet van plan om te verkopen, want ik had het nog wel jaren uit kunnen zingen.”
Volgens Gordon kwam er uiteindelijk simpelweg een aanbod voorbij dat te aantrekkelijk was om te weigeren.
“Alleen dit aanbod kwam voorbij en dan denk je: ja, één en één is twee.”




