OM eist vier jaar cel in verkrachtingszaak uit 1990
DEN HAAG (ANP) – Het Openbaar Ministerie heeft vier jaar celstraf geëist in een 36 jaar oude zedenzaak. Willem V. (59) stond dinsdag voor de rechtbank in Den Haag terecht voor het verkrachten van een 14-jarig meisje in het Zuid-Hollandse Bodegraven op 30 maart 1990.
Het meisje was die dag ziek en zat alleen thuis. De destijds 23-jarige verdachte zou met een smoes zijn binnengekomen en haar in een slaapkamer hebben verkracht. “Als je nou nog een keer gilt, dan steek ik een mes tussen je ribben”, zou hij hebben gezegd. De Brabantse V. verklaarde bij de politie dat hij eigenlijk kwam voor de moeder van het meisje, die hij via zijn broer kende. Hij was naar eigen zeggen op zoek naar warmte, maar eenmaal in huis werd hij “bevangen door lust”.
De verdachte uit Wijk en Aalburg werd in mei 2025 aangehouden op basis van een DNA-match in een Britse databank en zit sindsdien in detentie. V., die zich aanvankelijk op zijn zwijgrecht beriep, barstte in huilen uit. Hij vertelde spijt te hebben van de verkrachting, maar weersprak het gebruik van dreigende taal en geweld.
Forse gevangenisstraf
De officier van justitie noemde alleen een forse gevangenisstraf passend. Vooral het ontkennen van het gebruik van geweld door verdachte stuit het OM tegen de borst. Ook het jarenlange zwijgen weegt volgens de officier zwaar. “Zelfs toen uw eigen broer in beeld was als verdachte, bleef u zwijgen.”
Het inmiddels 50-jarige slachtoffer verklaarde dat ze sinds de verkrachting iedere dag in angst leeft. “Ik smeekte mijn moeder om te verhuizen, maar daar was geen geld voor. Ik moest bijna overgeven van de gedachte dat ik daar moest blijven wonen.” Ze richtte zich rechtstreeks tot de hevig geëmotioneerde verdachte. “Je hebt 35 jaar tijd gehad om spijt te betuigen. Zonder DNA-match was je er nooit mee gekomen, dat neem ik jou kwalijk.”
Onschuld
Volgens advocaat Yehudi Moszkowicz had zijn cliënt nooit terecht mogen staan voor de verkrachting in Nederland. “Hij bleek in de Britse zaak onschuldig en het materiaal had vernietigd moeten worden.” Moszkowicz wil dat het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard. Hij betoogde verder dat een lange celstraf zijn cliënt onevenredig hard zou treffen. Volgens de advocaat is V., die een gezin heeft en een onderneming runde, een andere man dan in 1990. In zijn laatste woord vertelde de verdachte dat hij spijt had van zijn eerlijkheid en ontkende hij nogmaals het gebruik van geweld. “Door mijn eerlijkheid worden mij dingen in de schoenen geschoven.”
De rechtbank doet op 7 juli uitspraak.
ANP




